Waarom natuurkundigen spiritueel worden

Veel natuurkundigen die ik ken zijn in de loop van hun leven bewogen naar het spirituele. Ook zie ik dit verschijnsel terug bij bekende natuurkundigen zoals Immanuel Kant en Albert Einstein. Is dit toeval of is er iets in de natuurkunde waardoor deze mensen op het spirituele vlak uit kwamen. Aan de hand van het werk van Kant en Einstein ben ik dit gaan beschouwen en er lijkt een duidelijk verband tussen wat ze onderzocht hebben en het mysterie van de Kosmos.


Waar hebben Kant en Einstein zich mee bezig gehouden?

Zowel Kant als Einstein hebben zich substantieel bezig gehouden met ruimte en tijd in wetenschappelijk natuurkundige zin. Bij Kant heeft dit onder meer geleid tot zijn boek ‘Critique of pure reason’ en bij Einstein tot de relativiteitstheorie. Wat opvalt is dat in beide theorieën hetgeen beschouwd wordt niet los kan worden gezien van de mens. Het hypothetische voorbeeld dat Einstein geeft in het begin van zijn beschouwing laat dit mooi zien. Als we naar een klok kijken en er met extreem hoge snelheid van weg bewegen dan zien we de klok langzamer lopen. Als we er met de lichtsnelheid van weg zouden bewegen dan zien we de klok stil staan of nog beter gezegd, we zien de klok helemaal niet meer omdat het licht van de klok waardoor we het zien ons niet meer kan bereiken. En de snelheid waarmee we bewegen is afhankelijk van onze plaatsbepaling en tijdsmeting. En nu blijkt dus dat die sterk afhankelijk van elkaar zijn als we de klok gebruiken voor onze tijdsmeting. En hetzelfde geldt voor onze plaatsbepaling want als we met de lichtsnelheid bewegen nemen we ook geen omgeving waar om onze plaats te bepalen.

Kant en Einstein zijn dus niet alleen met ruimte en tijd bezig geweest maar ook met licht. Ik vermoed dat Einstein begonnen is met licht. Over het verschijnsel licht is inmiddels veel bekend. Bijvoorbeeld licht dat bij de oerknal is vertrokken en nu hier aankomt is in onze tijdsmeting ongeveer 14 miljard lichtjaar onderweg geweest. Of anders gezegd kijken we met dat licht 14 miljard lichtjaar terug in de tijd. We weten nu niet hoe het op de plaats van de oerknal nu is, dat kunnen we niet eerder weten dan over 14 miljard lichtjaar. Het licht dat onderweg is met de lichtsnelheid is tijdloos en heeft er geen tijd over gedaan om de afstand af te leggen. Het licht of de lichtsnelheid schermt dus een wereld af waar we niet bij kunnen, een tijdloze wereld.


Hoe ziet de tijdloze wereld eruit?

Vele hebben wel een keer het voorbeeld gehoord van een tweedimensionale wereld waarin iets verschijnt uit een driedimensionale wereld. De tweedimensionale wezens zien echter slechts twee dimensies van wat zich uit de driedimensionale wereld aandient. Bijvoorbeeld zien ze een bal die door hun wereld heen gaat als een cirkelvormig oppervlak dat eerst groter wordt en dan weer kleiner totdat het helemaal verdwijnt. Ze zien slechts twee dimensies van de bal en ze kunnen onmogelijk de derde dimensie ervan voorstellen. Vanuit ons driedimensionale blik zeggen wij dat ze de derde dimensie missen maar vanuit hun standpunt zullen ze het deel buiten hun wereld tweedimensieloos noemen. Op dezelfde manier kun je tegen tijd aankijken. Wat wij tijdloos noemen is de extra dimensie die wij niet kunnen voorstellen. Maar vanuit het tijdloze zie je de tijd als een beperkende dimensie. Vanaf nu noem ik daarom het tijdloze, het absolute totaal.

Om het absolute totaal toch enigszins te kunnen voorstellen ga ik weer terug naar het voorbeeld van de tweedimensionale wereld, maar de twee dimensies staan nu symbool voor de tijd. En stel je een MRI scanner voor. Een MRI scanner scant laag voor laag een tweedimensionale doorsnede van de mens. Als we nu de driedimensionale wereld, de mens die gescand wordt, symbolisch als de absolute totaal zien, dan scant de scanner de tijd af in opeenvolgende momenten. De tijd wordt dus weergegeven door de beweging van de scanner. We kunnen niet achteruit en niet sneller vooruit. Als de scanner bij de ‘tenen-tijd’ begonnen is dan kan er tijdens de romptijd van alles veranderen bij de tenen maar daar kunnen we als mens nooit meer bij. Met dit beeld kun je voorstellen dat gezien vanuit het absolute totaal je als het ware onze toekomst en ons verleden kan zien maar die kan anders zijn dan toen wij in onze tijd er waren of als wij er ooit komen.

Zowel Kant als Einstein kwamen uiteindelijk uit op een vorm van beschrijving van het absolute totaal. En daarmee kwamen ook de vragen op of we meer van het absolute totaal kunnen meemaken, ervaren of zien. En beide personen hebben zich formeel slechts beperkt bezig gehouden met deze zaken. Waarschijnlijk omdat het hen bracht op het gebied van het ongrijpbare en juist in de wetenschap van de natuurkunde was en is dit niet aanvaardbaar. Kant kwam uiteindelijk tot de stelling dat het hem niet mogelijk leek de tijd-tijdloosheid barrière te doorbreken en dat daarom de tijdloze wereld als niet bestaand kon worden beschouwd. Maar ergens is ook heel duidelijk in wat hij schrijft dat hij wel degelijk ideeën hierover had en dat mensen in de tijdloze wereld een ziel hadden en dat die zielen gegroepeerd waren. En dat we daar onmogelijk mee konden communiceren.


Communiceren met de tijdloze wereld

Ook Einstein is zich gaan bezig houden met overgangsverschijnselen tussen de werelden van tijd en tijdloosheid. En ook dit kunnen we eenvoudig beschouwen met het voorbeeld van de tweedimensionale wereld. Als daar een bal door heen komt en de tweedimensionale wezens proberen het te interpreteren dan zien ze een eenmalig tweedimensionaal fenomeen dat niet herhaalbaar is en niet voldoet aan de causaliteitswetten. Om werkelijk te kunnen zien wat er gebeurt is het nodig dat ze vanuit een groter perspectief zouden gaan kijken. Op dezelfde manier zullen wij geen tijdloze verschijnselen kunnen zien. Pas als we in de beschouwing meenemen dan er een beweging zou kunnen zijn vanuit het absolute totaal dan zouden we het kunnen waarnemen. Maar dan nog vind je er onmogelijk bewijs voor vanuit het perspectief van de causaliteitswetten. En hier kom je dan dus automatisch bij het mysterie aan waar ik vele natuurkundigen op uit zie komen.

In deze blog verlaat ik nu de natuurkunde en ga ik over in filosofie vanuit mijn eigen ervaring met waarnemingen. Dit is een soort disclaimer voor het onbegrijpelijke en onbewijsbare van hetgeen ik hier verder schrijf.

Dat Kant zulke specifieke ideeën had over de ziel van een mens geeft het vermoeden dat er wel iets uit de tijdloze wereld waar te nemen is. Laten we eens kijken hoe de tweedimensionale wezens uit het voorgaande voorbeeld een driedimensionaal verschijnsel zullen waarnemen. De tweedimensionale doorsnede van een bal zal dus uit het niets verschijnen en in het niets verdwijnen. Dit is natuurkundig gezien een enorme beweging (vanwege een oneindige veranderingssnelheid) en het enige dat naar mijn idee waargenomen kan worden dat duidt op een verschijnsel buiten de dimensies die we kunnen waarnemen. Een tijdloos verschijnsel zou in onze aardse wereld dus ook gepaard gaan met zo een enorme beweging.

Om de vraag te kunnen beantwoorden of mensen de beweging van een tijdloos verschijnsel kunnen waarnemen kijken we naar het fundamentele zintuigelijke systeem van een mens. Ieder lichaamscel is in wezen gevoelig voor indrukking, dat feitelijk een beweging is. Het gevoel van aanraking is feitelijk het waarnemen van het indrukken van huidcellen of nog fundamenteler gezegd van beweging. Want als we huid lang ingedrukt houden dan voelen we het niet meer. De oogcellen zijn gevoelig voor licht maar hebben nog steeds de oorspronkelijke gevoeligheid voor beweging, daarom zien we sterretjes als we een klap op onze oog krijgen. De beweging van de klap komt in dit geval in onze belevingswereld tot uiting als een lichtverschijnsel. Zo zal het ook met de enorme beweging van een tijdloos verschijnsel kunnen gebeuren dat we het waarnemen als een lichtverschijnsel. Op dezelfde manier zouden we tijdloze verschijnselen ook kunnen waarnemen als een geur, geluid of smaak. En basaal zouden we het kunnen waarnemen of ervaren als een gevoel van aanraking, roering of bewogen worden. Mensen met diep spiritueel ervaringen noemen vaak dat ze licht, geur of geluidservaringen hebben.

Op deze manier kun je als het ware ook iets ervaren vanuit het tijdloze dat iets met jezelf te maken heeft. Dat is en blijft onbeschrijfelijk, maar ik verwacht dat daaruit het woord ziel is ontstaan. Zo zijn er talloze woorden ontstaan om de kosmische of spirituele bewegingen te beschrijven. Feitelijk zijn er geen beschrijvende woorden voor want het zijn niet causale, herhaalbare of (be)grijpbare waarnemingen. Bewegingen die ik waarneem (zonder te begrijpen) en waarvoor ik dus geen interpretatie heb ben ik in het algemeen kosmische beweging gaan noemen.

Deze website gaat over je eigen trilling vinden in het dagelijks leven en werk met behulp van de oefeningen met de animatie-tool. Eigen trilling en blijheid zijn woorden zie ik op deze website gebruik voor je eigen vrije beweging zoals passie, vrije energie, vrije expressie, creativiteit, bewogenheid etc. Wat er werkelijk gebeurt is dat we onze eigen trilling innerlijk waarnemen en vrij zijn in de uitdrukking ervan waardoor we in onze eigen beweging terecht komen, oftewel in het kort gezegd nemen we onze eigen beweging eerst waar voordat we het uitdrukken. Door de oefeningen met de tool te doen gaan we niet alleen onze eigen beweging waarnemen en uitdrukken maar ook de kosmische beweging die we waarnemen gaan we uitdrukken. Of in termen van onze ziel gaan we steeds meer onze ziel uitdrukken. De meeste mensen ervaren dit maximaal in volledig vrije expressie van stem of lichaam, zoals wanneer we zingen of dansen. Zelf ervaar ik het juist maximaal in het dagelijks leven, dat ik met mijn ziel samenval en ieder moment bijzonder maakt en dat ik voel dat ik met hart en ziel leef. Dit zou werkelijkheid kunnen worden voor alle mensen die de oefeningen met de animatie-tool gaan doen zoals aangegeven op deze website www.odysseystartnow.com en beschreven op www.nextlevellearningtool.com.

17 keer bekeken

Recente blogposts

Alles weergeven

Waardoor Troje werkelijk ten onder ging

Troje is abrupt ten onder gegaan in 1184 v.C. en hoewel er bewijs is dat er veel strijd is geleverd in de tien jaar eraan voorafgaand is het niet duidelijk waar deze strijd over ging en wie er met elk

Het begin en einde van de geldeconomie

Geld is in een ver verleden ontstaan als opvolger van ruilhandel. Geld maakt het mogelijk om generiek goederen of diensten met elkaar uit te wisselen in ruil voor geld van dezelfde waarde op dat momen