Het begin en einde van de geldeconomie

Geld is in een ver verleden ontstaan als opvolger van ruilhandel. Geld maakt het mogelijk om generiek goederen of diensten met elkaar uit te wisselen in ruil voor geld van dezelfde waarde op dat moment. De handel werd daardoor makkelijker, groter en complexer. Geld kreeg een waarde op zichzelf en dat noemen we tegenwoordig een koerswaarde op de geldbeurs. De handel noemen we nu in het algemeen de economie. We proberen met elkaar de economie in orde te houden want onze samenleving is er direct van afhankelijk. Het is daarom belangrijk de economie stabiel te houden maar het verleden laat zien dat er niets zo wispelturig is als de economie. We denken ergens te weten hoe de economie werkt maar het verleden laat zien dat we op cruciale momenten de economie nooit onder controle hebben gekregen. Neerwaartse spiralen en hyperinflaties lijken altijd op de loer te leggen.

Hoe komt het dat de economie zo instabiel is.

Om de vraag te beantwoorden waarom de economie instabiel is kijken we terug naar waar het begon, namelijk de ruilhandel. Wat was er voordat er ruilhandel was? Dat is moeilijk feitelijk terug te vinden in de historie dus begin ik allereerst met het meest simpele voorbeeld van een geldeconomie om vervolgens terug te gaan naar wat er daarvoor zou kunnen zijn geweest.

Stel een heel simpele economie voor van twee personen, een bakker en een melkboer. Om het heel eenvoudig te houden is het enige dat deze personen nodig hebben brood en melk. In de ruileconomie ruilt de bakker een brood tegen een fles melk van de melkboer, iedere dag opnieuw. Zowel de bakker als de melkboer hebben hierdoor een goed leven als ze dit iedere dag herhalen. Als we dit omzetten naar een geldeconomie dan stellen we ons voor dat we de bakker een munt geven waarmee hij een fles melk bij de melkboer kan kopen. De melkboer kan met die munt die hij heeft gekregen vervolgens een brood kopen bij de bakker. Iedere dag kan dit zich herhalen en net als in de ruileconomie hebben de bakker en melkboer een goed en stabiel leven.

Nu kijken we wat er kan gebeuren in de geldeconomie. Stel dat de bakker meer geld wil hebben dan zal hij de prijs van zijn brood verhogen. De melkboer moet dan initieel een schuld aangaan bij de bakker om nog een brood te kunnen kopen en vervolgens zal de melkboer zijn flessen melk ook duurder maken en zelfs nog iets duurder dan een brood om zijn schuld af te kunnen betalen. Na deze prijsverhoging van de melk moet de bakker zijn brood weer duurder maken anders neemt zijn geld niet toe maar af. Dus de bakker zal zijn brood opnieuw in prijs verhogen om meer geld te verdienen. En dit gaat alsmaar zo door uiteraard. In dit simpele voorbeeld is dus makkelijk te laten zien dat de geldeconomie per definitie instabiel is. En dat de belangrijkste oorzaak daarvan is dat de mens meer geld wil hebben dan nodig is voor een goed leven. De economie is instabiel omdat mensen streven naar macht, roem, rijkdom etc. dat ik hier samenvat onder de noemer hebzucht. Dit is per definitie niet onder controle te houden en is heel ontvankelijk om in een negatieve spiraal terecht te komen.

In de ruilhandel speelde natuurlijk dezelfde hebzucht bij de mens maar was het veel moeilijker om in een negatieve spiraal terecht te komen. Nu terug naar de vraag wat er was voor de ruilhandel. Daarvoor nemen we wederom het voorbeeld van de bakker en melkboer. Als er geen ruilhandel was en geen geld dan is de enige mogelijkheid waarmee de bakker en melkboer kunnen overleven dat ze de melk en het brood aan elkaar gaven. Deze economie zonder geld is wezenlijk stabiel maar kan alleen bestaan als de bakker en de melkboer leven voor een toekomst voor iedereen en niet vanuit hebzucht. Dus deze stabiele economie is er waarschijnlijk nooit geweest, waarschijnlijk ging de verdeling van goederen en diensten naar de positie van macht of roem net als bij de dieren.

Kunnen we een negatieve spiraal of hyperinflatie voorkomen?

Vanuit het bovenstaande is duidelijk dat onze economie instabiel is door de hebzucht van de mens. Zolang we geleefd worden door onze hebzucht kan op ieder moment een negatieve economische spiraal inzetten of hyperinflatie ontstaan. Als we ons massaal ontdoen van onze hebzucht wordt de economie weer stabiel maar zal iedereen het geld overbodig vinden en kunnen we terug naar een economie zonder geld. Al het werk dat te maken heeft met geld zal dan wegvallen en naar schatting zal dat 50 tot 80% van de totale arbeid omvatten. Er zullen geen banken meer bestaan, geen verzekeringen, geen kassa’s, geen boekhouding, geen marketing, geen in- en verkoop, etc etc. Mensen zullen ernaar gaan streven om de gemeenschappelijke arbeid te minimaliseren en het leven voor iedereen te optimaliseren. Zolang je kijkt vanuit hebzucht is dit onvoorstelbaar laat staan dat mensen naar dit nieuwe economische model toe bewegen. Waarschijnlijk gebeurt dit pas als mensen het zeer slecht hebben en deze verandering hoop geeft op verbetering. Di gebeurde bijvoorbeeld na de hyperinflatie van de tweede wereldoorlog in Nederland waar iedereen 10 gulden kreeg om opnieuw mee te beginnen. Dat kon omdat het geld dat mensen hadden niets meer waard was dus iedereen was blij met 10 gulden. Op een zelfde soort moment kun je in de toekomst het geld afschaffen, uiteraard nog steeds onder de voorwaarde dat de hebzucht is opgelost, of beter gezegd, doorzien. Dit zou werkelijkheid kunnen worden als alle mensen de oefeningen met de animatie-tool zouden gaan doen zoals aangegeven op deze website www.odysseystartnow.com en beschreven op www.nextlevellearningtool.com.

4 keer bekeken

Recente blogposts

Alles weergeven

Waardoor Troje werkelijk ten onder ging

Troje is abrupt ten onder gegaan in 1184 v.C. en hoewel er bewijs is dat er veel strijd is geleverd in de tien jaar eraan voorafgaand is het niet duidelijk waar deze strijd over ging en wie er met elk